Orthotrend van de week

Hier verzamelen we elke week een trend in de orthomoleculaire wetenschappen.

Oudere orthotrends vind je terug in het archief.

Laatste orthotrend

"Eén op vier moeders heeft bedenkingen bij de standaard vaccinatieschema’s die in ons land worden toegepast", blokletterde De Morgen recentelijk.
Doorgaans begint men al met vaccineren vanaf baby‘s amper twee maanden oud zijn.
Bij één op vier ouders schept dat enig wantrouwen en gaat er een lichtje branden.

  • Is het noodzakelijk om een jonge baby al een vaccinatiecocktail op te dringen?
  • Moeten we inderdaad meer stilstaan bij wat we onze kinderen (laten) toedienen?
  • Hoeveel risico is er op ernstige bijwerkingen?
  • Zijn er alternatieven of kunnen we hier niet omheen?

De overheid wil dit wantrouwen wegwerken. Zo wordt eind april 2017 uitgeroepen tot "Europese vaccinatieweek". Naar aanleiding hiervan lanceert men een nieuwe informatieve website rond vaccinaties. De burger zal hier "alle" informatie over infectieziekten en beschikbare vaccins terugvinden. Bedoeling is ook te informeren over mogelijke nevenwerkingen en in te kunnen spelen op foutieve informatie die verspreid wordt”, legt Nico Krols, woordvoerder van Vlaams minister van volksgezondheid Jo Van Deurzen, uit. “Op die manier willen we de mensen zo correct mogelijke en recente informatie verschaffen.”

Willen we echt correcte en recente informatie verspreiden. Dan moet het mogelijk zijn de burger ook te informeren over de stoffen welke terug te vinden zijn in vaccinaties.
Zo onthulde de Amerikaanse CDC, Center for Disease Control and Prevention, onlangs een ingrediëntenlijst van vaccins.
Niet om paniek te zaaien. Wel om diezelfde burger geen informatie te onthouden en de kans te geven zelf de inhoud van vaccinaties te beoordelen.
Een greep uit deze lijst: Antiseptica als thimerosal (ethylkwik), antibiotica om besmetting door bacteriën te voorkomen, adjuvantia zoals aluminium of formaldehyde om een ​​sterkere immuunrespons te stimuleren, stabilisatoren als gelatine, glutamaat, suikers, polysorbaat. 

De volledige lijst van welke stoffen terug te vinden zijn in vaccins is lang en kan je hier raadplegen. Al deze stoffen zijn min of meer toxisch en kunnen bij gevoeligheid schade berokkenen aan DNAmitochondriën en neuronen. Auto-immuunziekten, neurologische schade, autisme, astma… stuk voor stuk aandoeningen die nog jaren na het toedienen van een vaccinatiecocktail kunnen optreden. Wie legt de link?

Het al dan niet laten vaccineren is een volledig persoonlijke keuze. Laat je daarom informeren door objectieve instanties, los van elke vorm van belangenvermenging. Druk vanuit de omgeving speelt in deze controversiële materie vaak een rol. Daarom alvast deze tips om, als je kind alsnog wordt gevaccineerd, mee te nemen:

  • Start niet te vroeg met vaccineren. Een baby van twee maand oud moet zijn eigen afweer nog volop opbouwen. Overprikkeling van dat systeem brengt de immuunrespons in de war. Vanaf 10 maanden is een betere keuze. Laat minstens twee maanden tussen twee vaccinaties in.
  • Vermijd combinatievaccins. Geef dus zoveel mogelijk vaccins apart. De DKTP (difterie, kinkhoest, tetanus, polio) kan daarom ook beter niet samen worden gegeven met de BMR (bof, mazelen, rode hond). 
  • Heb oog voor reacties op eerdere vaccins. Indien een kind overmatig reageert op een vaccin (hoge koorts, eczeem, motorische terugval…), herhaal het vaccin dan niet. De risico’s van vaccineren kunnen groter zijn dan mogelijks de ziekte te krijgen. Bovendien is het verstandig nooit een vaccin toe te dienen aan een ziek kind.

Bronnen: