Wat is orthomoleculair?

Orthomoleculaire voeding en geneeskunde is zo oud als de straat. Prof. Dr. Linus Pauling, tweemaal Nobelprijswinnaar, introduceerde als eerste wetenschapper de term “Orthomoleculaire” Geneeskunde in 1963 en in 1968 in het tijdschrift Science. De term bevat twee delen: 'orthos' komt uit het Grieks en betekent 'juist, recht of gezond' en moleculair staat voor molecule. Letterlijk vertaald, de juiste molecule in het lichaam brengen.

Linus Pauling gaf de volgende definitie: 'Orthomoleculaire therapie heeft als doel het behouden van een goede gezondheid en het behandelen van ziektes door het veranderen van de concentraties van substanties die normaal in het menselijk lichaam aanwezig zijn.' In de orthomoleculaire geneeskunde wordt gebruikgemaakt van voedingssupplementen, onder andere mineralen en vitaminen, om herstel van een ziekte te bevorderen. De doseringen die daarbij gebruikt worden overstijgen meestal vele malen de aanbevolen dagelijkse hoeveelheid (ADH). Deze hoge doseringen worden gebruikt omdat de individuele behoefte sterk verhoogd kan zijn, bijvoorbeeld door ziekte, sporten, zware arbeid, straling, … Een voorbeeld hiervan is het gebruik van hoge doseringen vitamine C bij griep. Men behandelt ziekten op celniveau door aangetaste lichaamscellen binnen de juiste tijd van de optimale voedingsstoffen zoals vitamines, mineralen, aminozuren en essentiële vetzuren te voorzien. Het voorkomen van nutritionele deficiënties in het organisme moet het ultieme uitgangspunt zijn bij het behouden en herstellen van de gezondheid.

Dr. Hans Nieper noemde het “eumetabole” geneeskunde: de goede lichaamsvriendelijk molecule in het organisme binnen brengen. Alle stoffen die hierbij worden gebruikt, zijn of maken deel uit van de normale stofwisselingsproducten in het lichaam. Zij normaliseren de verstoorde functies, reguleren of optimaliseren de gezondheid (life extension). Daarmee onderscheiden deze eumetabole stoffen zich van de alledaagse geneesmiddelen, die overwegend lichaamsvreemd zijn en vrijwel allemaal giftiger zijn en bijwerkingen hebben. Eumetabole, orthomoleculaire of pro-survival producten zijn altijd lichaamsvriendelijk en nooit giftig of gevaarlijk. Het gebruik ervan is dan ook onbegrensd. Logisch, want het ondersteunen van de overlevingskracht kan per definitie niet royaal genoeg gebeuren.

Hippocrates zei reeds 2000 jaar geleden dat “het lichaam bij ziekte dient ontgift te worden”, en dit kan slechts gebeuren met orthomoleculaire geneesmiddelen. Laat uw voeding uw medicijn zijn. Wij zijn niet in staat ons te onttrekken aan alle negatieve invloeden die ons omgeven. Onze manier van leven en de toestand van onze biosfeer stellen hoge eisen aan ons lichaam, doordat we alsmaar worden “gebombardeerd” met anti-survival factoren.

Wel kunnen we met alle beschikbare pro-survival middelen
proberen de negatieve invloeden zodanig op te vangen, dat we ondanks alles toch gezond blijven en in een toestand van evenwicht verkeren, waarbij het lichaam zelf elke verstoring kan compenseren om een optimale gezondheid te behouden. In ieder geval staat in de pro-survival filosofie de eigen verantwoordelijkheid centraal. Dit is de beslissende factor voor onze gezondheid. Geef iedere cel wat zij nodig heeft, onthoud haar wat zij missen moet en zij zal zich gedragen waarvoor zij geschapen is, namelijk om te leven.

Het orthomoleculair geneeskundig principe is gegroeid uit talrijke wetenschappelijke pioniers, die reeds belangrijke nutritionele stoffen gebruikten voor hun patiënten. De Nederlandse huisarts Dr. Cornelis Moerman extrapoleerde in de jaren 1930 zijn experimenteel onderzoek bij duiven naar een behandelmethode die kanker zou kunnen bestrijden bij mensen. Zijn behandelmethode was revolutionair in zijn tijd toen nog nauwelijks iets op het gebied van voeding en voedingsstoffen bekend was. De behandeling bestond uit een dieet en het toedienen van extra voedingsstoffen door middel van voedingssupplementen.

De voedingsstoffen die toen volgens Moerman essentieel waren voor de gezondheid zijn jodium, citroenzuur, gist (als bron van het gehele vitamine B-complex, inclusief fermenten en enzymen), ijzer, zwavel, vitamine A, vitamine D, vitamine E en ook vitamine C. Moerman legde grote nadruk op een geïndividualiseerde therapie om voor iedere patiënt de volgens hem juiste stoffen en de juiste dosering te vinden. Hij legde reeds een accent op de biochemische individualiteit volgens Dr Roger Williams, die nu een basisprincipe is van de huidige orthomoleculaire geneeskunde. Hij definieerde een aantal klinische gebrekssymptomen waaruit zou blijken om welke van de bovengenoemde voedingsstoffen het zieke lichaam vraagt. Hij steunde ook op de onderzoeken en theorie van Nobelprijswinnaar Otto Warburg, dat anaerobiosis een eerste oorzaak van kankercellen is. Inmiddels is er veel onderzoek verricht naar de invloed van nutriënten op de preventie en therapie van kanker en is de Moermantherapie een voorloper van de orthomoleculaire geneeskunde.

De Canadese biochemicus en psychiater Dr. Abram Hoffer ontdekte in de jaren 1950 het verband tussen enkele B vitamines met schizofrenie en depressie. Hoffer protesteerde toen reeds tegen het overdreven gebruik van psychoanalyse en van antipsychotische medicijnen bij schizofrenie en verdedigde de stelling dat voeding en megadoses vitamines behulpzaam zijn bij de behandeling van dit psychisch ziektebeeld. Zijn behandeling maakt gebruik van hoge doseringen van vitamine B3 of nicotinezuur, zink, vitamine B6 en selenium bij schizofrenie en wordt meestal 'megavitaminetherapie' genoemd.

De Amerikaanse biochemicus en scheikundig ingenieur Dr. Irwin Stone was de eerste om in 1934 ascorbinezuur of vitamine C, twee jaar vroeger ontdekt door Albert Szent-Györgyi, te gebruiken als bewaarmiddel in de voedingsindustrie. Hij ontdekte dat ascorbinezuur voedingsmiddelen langer vers bleven en de effecten van blootstelling aan de lucht of oxidatie beperkte. Hij stelde de hypoascorbemie hypothese op dat mensen veel grotere hoeveelheden vitamine C nodig hadden voor een optimale gezondheid en scorbuut te voorkomen.